learning takes a lifetime

Bayerische Motoren Werke

De historie van auto’s in mijn bezit begon op mijn achttiende met een Honda-civic. Een rode 1.6i wat voor mij een kleur, een getal en een letter betekende. Het was de auto van mijn toenmalige vriendje maar omdat hij nog geen rijbewijs had (en ik wel) moest hij op mijn naam komen te staan.

Daarna volgden veel andere auto’s waarvan ik het merk, laat staan het model nog kan herinneren. Ik vond het niet zo boeiend, als het maar reed. Pas toen ik zwanger was stelde ik eisen. Een vijfdeurs, ik ga toch niet met die maxi-cosi via de dubbel-geklapte voorstoel naar de achterbank kruipen?! Toen er meer kinderen kwamen moest er ook meer ruimte voor bagage en een airco komen om de explosieve tochten naar Frankrijk wat af te koelen.

Mijn ouders hadden een Mazda, Bart’s ouders hadden een Mazda, vrienden van mijn ouders hadden een Mazda. En zo was het heel logisch dat wij onze Fiat Punto (driedeurs) verruilden voor een Mazda 323F (meer bagage én vijfdeurs) om die een paar jaar later te verwisselen voor een Mazda 6 stationwagen.

Tot zover verliep het soepel. Jaarlijkse kosten voor apk en onderhoud bleven redelijk binnen de perken. Het enige nadeel van de Japanse bak was dat hij roestte aan de rand van de wielkasten. Ongewoon voor een auto van dit merk maar wel hinderlijk. We hoopten er nog een zomer mee naar Frankrijk te tuffen maar de APK besliste dat het niet meer kon. Er was ondertussen een gat in de bodem ontstaan waardoor je het asfalt onder je kon zien als je het matje optilde. De reparatie was even duur als de waarde van de auto.

‘Tijd voor een BMW,’ zei Bart, iets wat we al jaren tegen elkaar zeiden. ‘Na deze komt er een BMW.’ Nu was het blijkbaar zo ver en mijn man surfte zich door de websites van auto-aanbieders. Na twee weken had hij een mooi, niet de goedkoopste maar wel betaalbaar, exemplaar gevonden bij een autobedrijf in de buurt van Leiden. Hij reed er naartoe met de Mazda en kwam terug met een antracietkleurige drie-serie, flitsende, coole, stoere, hippe BMW.

Ik ga op de bijrijdersstoel zitten en zie dat er een stuk polyester bescherming ontbreekt aan het handvat van de deur. Op het dashboard druk ik op een schuifklepje waar je een beker in kan zetten. Het klemt en blijft vastzitten. Lichte gebruikssporen op de beige bekleding, niet heel storend. Een cd-speler. ‘Jammer dat jij laatst al onze cd’s op marktplaats hebt weggegeven Mies,’ zegt Bart met een niet te missen ironische ondertoon. Ik draai aan de joystick die tussen de bestuurder en de bijrijder gepositioneerd is om de radio en het flink gedateerde telefoonsysteem te bedienen. ‘Klassiek allemaal,’ zeg ik, ‘nou ja, als hij het maar doet, hij rijdt in ieder geval lekker.’

Als ik de volgende ochtend Anna en Lina naar oma wil brengen weigert de bolide te starten. Ik bel de ANWB die ons op weg helpt. ‘De accu was bijna leeg, heeft u nog garantie?’ Ik denk het niet. Bart bevestigt dit en ik hoop dat het hierbij blijft. De volgende dag start hij weer niet, we laten de accu vervangen en maken een afspraak bij de BMW-dealer in Amsterdam om de auto volledig te checken. We willen ermee op vakantie en graag met een veilig gevoel.

De BMW-dealer heeft een lijstje gemaakt en een verontrustend bericht. ‘Meneer, we hebben nog nooit een auto uit dit jaar met deze kilometerstand in zo’n slechte staat gezien. Kapotte aandrijfas, iets met de remmen, diverse olie-lekkages, als u alles wilt repareren kost het u tussen de vijf- en zesduizend euro.’

Dat is het bedrag dat we betaalden voor de aanschaf van deze slechte grap.

Ik schrijf dit nu heel rustig op maar ik was natuurlijk verre van ontspannen toen we dit hoorden. Buikpijn kreeg ik, mijn hoofd tolde vier dagen van de migraine en van alle vragen die het debacle opriep. Hoe kan iemand zo’n auto verkopen? Voor zo’n bedrag moet het toch in orde zijn? Zou de verkoper dit hebben geweten? Zijn wij naïef? Hadden we dit kunnen voorspellen? Hoe moeten we nu op vakantie? Kunnen we nog op vakantie? Kunnen we ooit nog op vakantie?

Het duurde even maar ik kwam tot de conclusie dat bij vragen die gaan over wel of niet op vakantie het er weliswaar niet rooskleurig maar ook weer niet rampzalig uitziet. Desalniettemin balen we en levert het heel veel stress op. Bart schiet in de actie-stand en neemt contact op met de verkoper.

‘Ach meneer, als u bij de BMW-dealer komt vinden ze altijd wel wat en daar rekenen ze de hoofdprijs voor onderdelen en arbeidsloon dus dan komt u al gauw op zo’n bedrag.’ Na wat heen en weer gepraat toont de man zich bereid om nog eens naar de auto te kijken maar hij gaat hem in geen geval terugnemen. En zo staat onze ‘nieuwe’ auto tien dagen bij de verkoper die vaag is in wat hij er aan gaat doen. Het voelt alsof hij ons aan het lijntje houdt. Als ik de papieren nog eens bekijk zie ik dat de naam op het contract Paul de Vries is. Ik vraag Bart of de verkoper zelf heeft ondertekend en of hij zijn naam weet. Bart zegt dat het zeker geen Paul de Vries is want op de website staat en hele andere naam. Vreemd, is dit contract dan wel geldig? We laten het rusten en hopen dat de verkoper, hoe hij ook heet, zich aan zijn woord houdt en de auto in betere staat brengt. Ik haal de auto op, de sleutel ligt, volgens afspraak, bij het pompstation wat aan het autobedrijf grenst. Dan loop ik nog even binnen bij het autobedrijf. De desbetreffende verkoper, niet-Paul-de-Vries, is een dagje vrij, aldus zijn partner en mede-eigenaar. Ik kijk de man aan die eruit ziet als de baron uit Bassie & Adriaan. Zonnebank gebruinde huid, een jaar of zestig. Kort, stijl, geblondeerd en geföhnd kapsel, gouden sieraden, witte broek, licht gestreept overhemd en bruine mocassins. Ik vraag hem of hij me een overzicht kan geven van wat er aan de auto gerepareerd is. Zijn beide handen gaan de lucht in, hij trekt ze er overduidelijk vanaf. Dat moet ik toch echt met de heer niet-Paul-de-Vries bespreken. Het is zijn project tenslotte.

Ik besluit het erbij te laten en hoop dat de verkoper zijn project serieus neemt. Als ik naar huis rijd hoor ik een geluid achterin onder de bagageruimte op het moment dat ik schakel. Wanneer ik gas geef tussen de tachtig en honderdtwintig kilometer per uur lijkt het alsof de auto stoom afblaast, als in een locomotief. Het ruikt naar olie als ik hem bij ons in de garage zet maar hij doet het.

Ondertussen biedt mijn fantastische moeder haar perfecte moderne, hippe Renault Clio aan om mee op vakantie te gaan. We zijn er superblij mee. Het betekent dat we alleen onze handbagage mee kunnen nemen maar onze lieve vrienden Ester en Maartje nemen de grote tassen mee in de dikke Volvo die zij weer hebben geleend van onze lieve vriend Hans die zelf met Marjolein in hun camper rondtoert. Zoveel liefde zorgt ervoor dat ik het helemaal los kan laten. We hebben er toch weinig invloed op en na de vakantie zien we wel weer verder.

Na de vakantie.

Bart belt niet-Paul-de-Vries maar er wordt niet opgenomen. De volgende dag neemt een medewerker van het naastgelegen pompstation de telefoon aan. Hij vertelt dat het autobedrijf twee weken is gesloten. Op de website staat hier niets over vermeld. Ik weet niet meer wat ik ervan moet denken maar alles lijkt erop dat we met een BMW opgescheept zitten die niet oké is. Dat blijkt als we de auto een tweede keer laten checken bij de dealer, die nauwelijks iets in rekening brengt en meedenkt in oplossingen om de bak veilig op de weg te krijgen. Er is wel iets gemaakt door niet-paul-de-vries maar er lekt nog steeds olie en de grote reparaties moeten nog gebeuren.

Er is zo’n spreekwoord waar ik aan moet denken:

‘Be careful what you wish for.’

Het klonk zo cool, een BMW. Waar staan die letters eigenlijk voor?’ vraag ik aan Bart.

Bayerische Motoren Werke

Ik mis de Mazda.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.