learning takes a lifetime

Buitengesloten, iets met een ezel en een spreekwoord.

Vier jaar geleden, toen Anna anderhalf jaar oud was, kreeg ik wat meer tijd voor huishoudelijke dingen. (Niet dat het mijn hobby is maar aangezien ik het meest fantastische uitzicht van Amsterdam heb is het ook heel fijn om door al die ramen naar buiten te kunnen kijken zonder afdrukken van plakkerige kinderhandjes.) Ik ging ramen lappen.

 

Ons hoekappartement met vijftien ramen, waarvan negen zo groot als een deur, daar kon ik wel een ochtend voor uittrekken. Als perfecte huisvrouw moesten alle ramen natuurlijk wel in één keer gelapt. ZUCHT. Anna wilde wel meehelpen met haar eigen doekje en zo vulden we de tijd met klooien, knoeien én ramen lappen.

 

Tegen het eind van de ochtend waren we aan de voorkant bij de galerij beland. Anna was nog steeds heel actief aan het poetsen. Ik zette een stoel tegen de voordeur zodat de deur niet dicht kon klappen en begon aan de laatste ramen. Vanuit mijn ooghoek zag ik Anna de stoel aan de kant schuiven en de deur dicht doen. ‘Dag mama’, zei ze al zwaaiend met een grote glimlach.

 

Vanaf dat moment ging alles in slowmotion. Ik bleef heel rustig, tot mijn eigen verbazing, en  probeerde Anna de deur weer open te laten doen door met haar te praten via het smalle raam direct naast de voordeur. Ze was nog zo klein, ze kon niet bij de deurklink. Anna bleef ook heel rustig en volgde mijn instructie op door de stoel voor de deur te schuiven en er op te klimmen. Ze begreep niet goed wat ik bedoelde en dacht dat we een spelletje deden. Ze schoof de onderste knip omhoog waardoor de deur niet meer open kon.

 

Dat was het punt waarop mijn brein in de hoogste versnelling ging. Ik dacht: ‘Ze is anderhalf, ze kan nog maximaal tien minuten hier bij me blijven voordat ze andere dingen gaat doen, ik kan dit niet zelf oplossen, ik moet NU hulp regelen’.  Ik belde aan bij onze buren. De buurvrouw deed open en twee tellen laten belde ik met haar telefoon 112. Zeven minuten later stond de brandweer met een stormram op de negende verdieping voor mijn deur. Ik had Anna inmiddels naar de slaapkamer geloodst waar ik, nog steeds heel rustig, met haar verder kletste via het half openstaande raam. ‘Kijk Anna, deze gezellige meneren komen helpen, dan gaat de deur zo weer open en dan kunnen we lekker een broodje gaan eten.’

 

De voordeur ging er echter niet uit, hoe hard ze ook beukten. ‘Is er nog een andere ingang mevrouw?’ Vroeg een van de brandweermannen. Ik zei: ‘Je kunt over de reling aan de zijkant op het balkon klimmen, daar zit een schuifpui maar die zit dicht.’ Voordat ik mijn zin had afgemaakt was hij er al overheen geklommen. Dertig seconden later deed hij vanuit mijn huis mijn voordeur open. Ik weet nog steeds niet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen, hij moest meteen door naar een volgende spoedmelding dus ik heb het hem niet kunnen vragen.

 

Ik heb Anna heel lang geknuffeld. Wat ze volgens mij een beetje overdreven vond. Ze was wel onder de indruk van al die aandacht maar ook bijzonder relaxed gezien de omstandigheden. Ik denk dat ze niet in de gaten had wat er nou helemaal aan de hand was. Vanuit haar perspectief was er niet echt sprake van een probleem. Nu konden we toch gewoon een broodje gaan eten?

 

Ik durfde niet te denken aan wat er had kunnen gebeuren. Ik was zo blij dat ik rustig was gebleven en 112 had gebeld en dat het goed was afgelopen maar ik voelde me tegelijkertijd een ontzettende loser-moeder dat ik dit had laten gebeuren. Welke moeder krijgt het nou voor elkaar om een baby van anderhalf op te sluiten in huis. Pfff. Sufferd. Dat zou me in ieder geval NOOIT meer overkomen.

 

Vanochtend was ik even het balkon aan het vegen. De schuifpui staat wijd open. Lina is in de woonkamer aan het spelen. Ik hoor ‘KLIK’ en zie dat de schuifpui dicht zit. Gelukkig is er een verschil tussen een kind van anderhalf en eentje van tweeënhalf. Met kloppend hart vlieg ik over het balkon naar de galerij aan de voorkant en roep Lina via het half openstaande raam. Lina komt aanhobbelen en doet de voordeur open.

 

Nu denk ik de hele tijd aan dat spreekwoord, van die Ezel.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.