learning takes a lifetime

Een laatste potje schaak met opa

We vertelden het slechte nieuws niet meteen aan de kinderen. Juul zat midden in haar toetsweek en bovendien was onduidelijk hoe lang het zou duren. Weken? Dagen? Eerst maar even afwachten. 

Al snel werd helder dat een paar weken de meest realistische voorspelling zou zijn. En dus probeerden we het uit te leggen aan onze drie dames.

‘Opa is heel ziek, hij heeft niet meer lang te leven.’

Anna wil weten wat hij heeft.

Kanker. Dat is een heel vervelende ziekte die soms wel en soms niet meer te genezen is.

‘Ik ben allergisch voor kanker,’ zegt Lina.

Mijn hoofd zit zo vol dat ik niet goed kan filteren wat dit betekent als het echt zo zou zijn. 

Julia is verdrietig. ‘Vorig jaar opa John en nu opa Harry.’ Het is teveel in een jaar, al snapt ze heel goed dat tachtig een mooie leeftijd is. 

‘Iedereen gaat een keer dood Juul,’ zegt Anna.

We gaan met z’n allen naar opa Harry en oma Agaath. ‘Is dat niet een beetje voorbarig?’ vraag ik, als we koffie en cake krijgen. Gelukkig wordt er om gelachen. Mijn schoonvader zit rustig op de bank, zo op het oog is er niets aan hem te zien. We kletsen een tijdje, de kinderen zitten aan de eettafel en maken een tekening.

Als we afscheid nemen voelt dat raar. Is dit de laatste keer dat we elkaar zien? Wat zeg je dan? Rustig aan, sterkte, liefs. 

De weken die volgen zijn onrustig, als een wandelpad in de bergen wat soms smal, soms breed en er soms helemaal niet is. Mark, Bart’s broer, is elke dag bij zijn vader, waar nodig ook ‘s nachts. Bart gaat wanneer hij kan, zegt werk af omdat hij zich moeilijk kan concentreren en omdat hij de laatste dagen van zijn vader’s leven bij hem wil zijn. 

Thuis probeer ik normaal te doen. Dat lukt een paar dagen en dan merk ik dat dit mij ook meer raakt dan ik durf toe te geven. Ik vind dat ik sterk moet zijn en zorgen dat er gezond eten op tafel komt, de was gedaan is en de badkamer gepoetst. Het lukt maar matig. 

We krijgen lieve kaarten en warme berichtjes van vrienden en familie. Zoveel steun is fijn. Ik voel dat ik het liefst alleen wil zijn op dit moment, ik wil mijn gedachten voor mezelf hebben, niemand om me heen zodat ik echt kan voelen wat ik voel maar ik schiet in mijn rol als gezinsregisseur.

Als Bart aan het einde van een dag thuiskomt en ik even met hem praat over de eindigheid van dit leven, hoe confronterend dit is en dat het dus zo snel voorbij kan zijn moeten we allebei heel hard huilen. We houden elkaar vast. Het moment wordt ruw verstoord door de kleuter die aan mijn been trekt. 

‘Mam, wat eten we?’

We eten friet, de was stapelt zich op en ik heb geen idee hoe de badkamer eruit ziet. Het is onbelangrijk.

Ondertussen gaat Harry’s conditie hard achteruit. Hij krijgt steeds meer pijnstillers en een bed in de woonkamer. Dan hakt hij de knoop door. Hij wil niet meer. Hij tekent voor euthanasie. 

We gaan nog een keer langs. Anna speelt een potje schaak met opa. Het spel eindigt in remise en ze mag het schaakbord mee naar huis nemen. We hebben het over de uitvaart. Harry kan er prima over praten. Het is wat het is. Met een half oog kijkt hij naar een tenniswedstrijd. Wimbledon 2019. Iets meer dan een maand geleden stond hij zelf nog op de baan. 

Lina vraagt hoe het liedje ook alweer heet wat ze draaiden toen opa John ging. ‘Met die trompetjes, dat vind ik een leuk liedje mam, kunnen ze dat ook bij opa Harry draaien, als hij er niet meer is?’ Het ‘huzarenlied’ gaat het niet worden denk ik. Eerder iets jazz-achtigs. 

Bij het afscheid zeg ik ‘tot gauw!’ Een seconde later realiseer ik me dat het heel onzeker is of ‘tot gauw’ nog wel bestaat. 

En dan is er een datum, een dinsdag. Tussen de verjaardagen van Julia, Bart’s moeder en Bart en die van Mark in. Het is zinloos om me af te vragen waarom juist nu iedereen jarig is. Bart hangt vlaggetjes op voor Juul. Niemand heeft zin in taart. Elkaar veel vasthouden lijkt het beste wat we kunnen doen. 

De tijd doden is een wrange woordspeling. Het is zondag. Julia is bij een vriendin, Anna is bij oma Klaasje en Lina is bij mijn moeder. Ik zit op de bank en voel nu pas hoe moe ik ben. Ik laat mijn tranen lopen, schrijf dit verhaal en kijk met een half oog naar de finale op Wimbledon. Ik denk dat Harry ook kijkt. Voor de laatste keer. 

 

Reader Comments

  1. Bij het lezen van jouw verhaal zit ikzelf ook een traantje weg te pinken. Bijna egoïstisch bedenk ik me dat er misschien voor mij ook nog maar 20 jaar voor me ligt..dat is TE weinig voor wat ik nog van het leven verwacht en wat ik nog in dit leven wil doen en betekenen en meemaken. Maar snel weer terug naar jou en je gezin..gelukkig relativeren de kinderen op hun eigen manier. Opa is oud dus het kan .. Voor Bart en jou is het een vader, een papa en een schoonvader. En een sterke man, die nog alles deed en door die rotziekte ineens geen keuze meer heeft en moet opgeven. Bah, wat oneerlijk! En het verdriet..dat zal er altijd zijn. Want hij zit in jullie hart. Lieverd, veel sterkte van ons allemaal en vlucht gerust naar ons toe voor een goed glas wijn en een dikke knuffel! Love you X

    1. Lieve Wil, ik hoop dat er nog 40 jaar voor je ligt, ik hoop dat we nog veel mooie herinneringen mogen maken met alle lieve mensen om ons heen. Dank voor je lieve bericht, dat is heel fijn en ik kom zeker bij jullie op de bank hangen en wijn drinken. liefs! love you XXX

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.