learning takes a lifetime

Een rustige, oersaaie zomervakantie met een dik boek onder een oude Franse boom, kan dat ook een keertje?(deel 1)

We rijden midden in Frankrijk op een smalle, steile zandweg omhoog. Na een paar honderd meter gaan we linksaf door een poort en zien we onze prachtige villa verschijnen. Er staan drie auto’s geparkeerd. De schoonmaakploeg, zeg ik tegen Bart. Bart ziet een kinderwagen bij de voordeur staan. Schoonmakers nemen vaak hun kinderen mee zeg ik. Het zijn Belgen, zegt Bart. Op dat moment realiseer ik me dat er iets goed mis is.

Een week eerder:

We rijden naar Parijs. Bart wil de Eiffeltoren op. Hij heeft een beeldig boutique-hotel, op loopafstand van de attractie met uitzicht, geboekt. Het is niet helemaal mijn ding om tussen de toeristen, als toeristengezin de toerist uit te hangen maar ik doe mijn best om te ontspannen. We bestellen vier ijsjes en een cola bij een vervallen tentje aan de Seine en betalen twintig euro. Regen verrast ons en we duiken naar binnen. We zitten op houten uitklapbanken aan een uitklaptafel tussen drie franse families met kleuters die de stokjes van hun suikerspinnen in onze ruggen porren. Ik wil naar huis.

Snel weer naar buiten, dan maar nat. We melden ons aan de voet van het iconische bouwwerk. Eerst de corona-check, geen probleem. We lopen door het park naar de entree van de toren waar we door de metaaldetector moeten. Er staat een gigantische doos van plexiglas vol met messen, vorken, kurkentrekkers en overige potentieel gevaarlijke ijzerwaren. Haha, zeg ik tegen Bart, wie neemt dat soort dingen nou mee hiernaartoe? Als onze bagage door de scanner gaat klinkt het alarmsignaal. Er zit een zakmes in mijn rugzak.

Lichte paniek, dit is het mes dat ik vijfentwintig jaar geleden van mijn eerste zuurverdiende geld als reisbegeleider in Frankrijk kocht. Ik ga het echt niet toevoegen aan de doorzichtige doos. Ik loop het plein op en sta tussen de vier poten van de Eiffeltoren. Wat een kutzooi. Ik ga wel terug naar het hotel, schreeuw ik, ik ben er helemaal klaar mee. Bart blijft rustig en kijkt om zich heen, hij hangt het zakmes in een plantenbak vijftien meter van de entree en belooft dat het er straks nog hangt. Ok. Mokkend naar boven dan. In de lift naar de top, euforisch uitzicht over de wereldstad en drie kinderen die er met open mond en grote ogen naar kijken maakt alles weer goed. Eenmaal beneden vist Bart het zakmes uit de plantenbak, hobbelen we naar binnen bij een Italiaans restaurant en duiken we vroeg ons bed in.

De volgende ochtend rijden we een paar uur richting het zuiden. We checken in bij een kasteel-hotel in de Loire met Kees, Ester, Maartje en Erik. We zwemmen in het verwarmde zwembad, slapen uit, drinken wijn, gaan uit eten en ik koop een zomerhoed in een fantastische hoedenwinkel in het stadje Saumur. Drie dagen later rijden we richting de Dordogne waar Hans en Marjolein met hun camper aansluiten bij ons gezelschap. We hebben een belachelijk luxe villa, met veel slaapkamers, nog meer badkamers, nog veel meer hectare grond, een poolbiljart, een tafelvoetbaltafel, een tafeltennistafel Ên een zwembad gevonden. Ik verheug me er al maanden op.

En dan:

We staan voor de deur van de villa. De Belgen komen naar buiten. Zij hebben geboekt in deze week. Wij ook. We bellen heen en weer met boekingskantoren en met de eigenaresse. We checken elkaars bevestigingen en Bart belt met Sabine van ons boekingskantoor. Sabine is in shock. Zij heeft een enorme fout gemaakt. Ze heeft de verkeerde datum voor onze vakantieweek doorgegeven. Wij zijn op 31 juli bevestigd maar staan bij de eigenaresse op 7 augustus geboekt. Haar fout. Onze pech.

Het voelt als een waardeloze aflevering van Bananasplit en ik hoop dat Frans Bauer komt aanlopen om te vertellen dat het een grapje is. Dat gebeurt niet, we zitten zonder vakantiehuis. Ik laat mijn tranen lopen, hou Bart vast, kijk naar mijn vrienden en vertrouw erop dat dit goed gaat komen. Al weet ik nog niet hoe. Dit is pech. Balen. Ongeluk. Karma? Hoezo? Ik probeer rustig te blijven. Hoe kan dit gebeuren?!

We laten de Belgen in ‘hun’ vakantiehuis achter en rijden naar een parkeerplaats in het dorp. Hans kookt pasta vanuit zijn campertje op het plein. Iedereen denkt na of hij nog iemand ergens kent die iets zou kunnen betekenen. Kunnen we een ander huis vinden in Frankrijk voor deze week? Dat zou natuurlijk het mooiste zijn. Maar is dat realistisch? De drukste week van het jaar?! Alles lijkt bezet. Om de beurt roept iemand dat het nooit gaat lukken en dat we beter naar huis kunnen gaan. De emotie van het moment. Dan vindt Ester een hotel op vijftien minuten rijden van de parkeerplaats. Sabine van het boekingsbureau heeft nog niets toe kunnen voegen. We besluiten te overnachten en de volgende dag een knoop door te hakken.

In hotel Le Home drinken we wijn en surfen we op het internet om een acceptabele accommodatie te vinden. Aan het einde van de avond hebben we nog altijd niets waar we ons goed bij voelen maar de wijn maakt dat ik zeker weet dat er een oplossing komt. De volgende ochtend is de roes uitgewerkt en slaat de twijfel toe. Ik neem wat paracetamol en zit met mijn houten hoofd aan de ontbijttafel waar de Franse eigenaar van het hotel tettert dat het belachelijk is dat wij onze tijd moeten besteden aan het zoeken naar verblijf. Een taak voor Sabine, we verwachten daar geen wonder van.

Om half elf roept Ester dat ze wellicht iets heeft gevonden, een gigantisch Chateau in de Garonne, vlak bij Bordeaux. Ze zijn net open en nog aan het renoveren. We mogen de keuken gebruiken al staat de eigenaresse erop dat zij het ontbijt maakt voor ons, daar kunnen we wel mee leven denken we. De plaatjes op de website beloven rust, luxe, ruimte en ontspanning. We ruimen onze hotelkamers leeg en wandelen nog een uurtje in het middeleeuwse dorpje waar we de nacht hebben doorgebracht. Daarna rijden we rustig naar Chateau Marcellus waar we door de kasteelheer en zijn vrouw met bubbels worden ontvangen. De vakantie kan beginnen.

(wordt vervolgd)

Reader Comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.