learning takes a lifetime

Er zijn hier helemaal geen beren

Lekker makkelijk gezegd, ik zie ze al meer dan dertig jaar en zeg al net zolang tegen mezelf dat ze er niet zijn.

Zingen, het plan ontstaat

Terwijl we koffiedrinken klets ik met Liekje. Ik vraag of ik binnenkort weer eens kan meedoen aan een van haar zangworkshops.

‘Wat zou je willen onderzoeken?’ vraagt ze. ‘Waar loop je tegen aan?’

Ik denk na maar er verschijnt geen antwoord op de vragen. Het gaat eigenlijk best goed met me en ik heb heel veel zin om te zingen.

‘Dan doe je toch gewoon een paar liedjes op de herfstborrel?’

Oeps, denk ik, meteen pijn in mijn buik en al mijn stemmen in mijn hoofd hebben ruzie.

‘Mies, sufneus, omdat je een keer twee liedjes gezongen hebt voor een select gezelschap moet je vooral niet denken dat je dat kunstje kunt herhalen, of dat iemand erop zit te wachten dat jij daar weer gaat staan zingen. Trouwens, die liedjes die jij uitzoekt gaan nergens over. En dan nog iets, neem eerst eens zangles.’

STOP!

In de verte hoor ik een heel klein piepstemmetje tegensputteren.

Maar, maar.. je vindt het toch heel leuk om te zingen? Doe het dan!

Ik besluit om de tetterende types te negeren en het verlangen om mijn stem te laten horen te omarmen. Liekje helpt me de laatste drempel te nemen en zegt dat ze mij dit voorstel doet omdat ze gelooft dat ik dit kan. Dat is een fijn gevoel. Iemand gelooft dat ik iets kan.

Oefenen

We maken een repetitieschema, selecteren vier liedjes en gaan aan de slag. Vervolgens denk ik na over muzikale begeleiding en vraag ik mijn goede vriend Ole. Hij speelt al gitaar zolang als hij kan lopen, ik verdenk hem ervan dat hij in een gitaar is geboren.

Ole ziet het zitten, is meteen enthousiast en de eerste ochtend dat we oefenen in zijn ruime woning op IJburg, waar het geluid lekker galmt, krijg ik zoveel energie dat ik de rest van de dag licht geef.

Ik zing

In het trappenhuis, in de parkeergarage en zelfs, voorzichtig, op mijn werkkamer waar af en toe collega’s binnenlopen om te kijken wie er achter het geluid zit. Thuis zingt Lina met haar kleuterstem het refrein van het meest gevoelige nummer mee.

‘It’s knowing that this can’t go on forever. Likely one of us will have to spend some days alone. Maybe will get forty years together, but one day I’ll be gone, or one day you’ll be gone..’

De vergankelijkheid van het leven. Deze mooie tekst van zanger Jason Isbell houd me sinds afgelopen zomer bezig. Hans speelde het op zijn gitaar en het lied liet me niet meer los.

Vorig jaar overleed mijn vader, vlak voor de zomer ging mijn schoonvader. Ik weet dat het leven eindig is en realiseer me meer dan ooit dat mijn tijd op aarde beperkt is en dat ik geen zicht heb op hoelang de mensen die ik lief heb er zullen zijn. Hoelang zal ik er nog zijn?

Bibbers

Een week voor het optreden voel ik me grieperig. Ik stop met wijn drinken, ga op tijd naar bed en spaar mijn stem. Tijdens de generale repetitie op Ole’s zolderkamer, kijk ik uit over de vierkante daken die typerend zijn voor dit stille stuk van Amsterdam. Het klinkt goed. Zou iemand ons horen?

Vrijdagochtend, de dag dat het gaat gebeuren, sta ik onrustig op. Ole appt, hij is een beetje duizelig maar hij gaat er vanuit dat het wel goedkomt en dat hij erbij is. Gek genoeg neemt dit bericht veel spanning bij mij weg. Door te denken aan Ole kan ik mijn eigen zenuwen parkeren.

Zonder pretentie, met inhoud

De oplaadborrel wordt georganiseerd aan het begin van elk seizoen. Het biedt een podium om te laten zien wat jou raakt. Iemand vertelt een verhaal, er is een interview, iemand leest gedichten voor, iemand deelt zijn passie, iemand zingt en we sluiten af met een gezamenlijk lied dat met een beetje pech de rest van de week niet meer uit je hoofd te krijgen is. Het motto van deze feestjes is; ‘optredens zonder pretentie, met inhoud!’

Er zijn ongeveer dertig mensen. Vijf minuten voor we op moeten krijg ik de kriebels. Mijn hartslag en ademhaling stijgen in frequentie. Ik ga tussen mijn vriendinnen in zitten. Ester kijkt me aan en zegt, ‘weet je nog wat je de vorige keer hierover schreef, dat je zo zenuwachtig was? Je besloot dat je een keuze had, om in je angst te gaan zitten of om ervan te genieten en er het beste van te maken. Dat kun je nu weer doen hoor. ‘

Ik sprint naar het toilet, haal diep adem en terwijl ik een ladder in mijn panty trek besluit ik ervoor te gaan. Eenmaal op het podium hoor ik de eerste tonen uit Ole’s gitaar en dan valt alle spanning weg. Wat is dit gaaf, mijn stem, Ole’s tweede stem, zijn gitaar, mensen die het echt leuk lijken te vinden om naar ons te luisteren.

Het is in een flits voorbij, vier liedjes, applaus en mijn verbazing dat ik dit tot een goed einde heb gebracht. De complimenten zijn zo lief, voelen oprecht en heel fijn.

Vertrouwen en Verlangen

De dagen na het optreden denk ik na. Over het vertrouwen dat ik in Ole had, dat ik meer op hem vertrouwde dan op mezelf. Hij kan dit. Ik moet het nog maar laten zien. Ik stuur Liekje een bericht, om haar te bedanken voor haar coaching. Ze heeft iets aangeboord waardoor ik deze stap durfde te zetten. Ik kan het niet geloven dat ik het een jaar geleden nog zo eng vond om te zingen voor publiek. Nu ontstaat er een oprecht verlangen naar meer van dit.

Ik realiseer me dat het een oude angst is die ik ver weg heb gestopt. Ik wil graag zingen, op een podium staan, en ik voel me blij, gelukkig en zelfs nuttig als ik dat doe. Ik heb iets te delen wat ik mezelf heel lang heb verboden te doen. Omdat ik dacht dat ik het niet kon, dat het niet mocht of dat het niet van waarde zou zijn.

Een moment, iets langer dan een moment, geef ik ruimte aan mijn verdriet en vraag ik me af waarom het zolang heeft geduurd voordat ik mezelf kon toestaan dit te doen.

De angst blijkt niet reëel.

Angst is een fascinerend verschijnsel. Het voelt alsof ik ieder moment moet vluchten voor een hongerige grizzlybeer. En nu blijkt dat die beer er helemaal niet is. Zelfs al was het hele optreden een fiasco geworden en was ik flauwgevallen tijdens het zingen, dan nog was er geen beer gekomen. In nagenoeg alle gevallen is het oog-in-oog gaan staan met je angst niet dodelijk. Al voelt het voor mij vaak wel zo, het is meestal iets uit mijn verleden, wat ik meesleep naar het ‘nu’.

Ik leef nog, deze fijne ervaring zorgt ervoor dat mijn angst verdwijnt en mijn verbazing verandert in trots en tevredenheid.

En nu vasthouden dat gevoel.

foto gemaakt door: Patricia Ramlagan

Reader Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.