learning takes a lifetime

Gelukkig

‘Ben jij gelukkig?’ vraagt Joost. Ik denk een halve seconde en zeg dan, ‘Ja’

‘Ben jij gelukkig?’ vraag ik aan Joost. Hij moet er iets langer over nadenken. Er komt een ja met een lange j uit.

We staan in de achtertuin van het landhuis in Frankrijk waar we vakantie vieren met vrienden. Zes volwassenen en drie kinderen blijken een goede combinatie voor een weekje relaxen. Joost, een van de beste vrienden van Maartje, heeft de hele dag gereden vanuit de Provence om naar het dorpje Aize te komen en zich aan te sluiten bij ons gezelschap.

Na een paar dagen ontstaat een prettig ritueel. Rond acht uur, negen uur gaan de kinderen, op volgorde van hun leeftijd, naar bed. Tijd voor de ‘grote mensen’. De hangmatten en ligstoelen verlenen zich uitstekend voor lange, filosofische gesprekken over het leven.

Iedereen in het gezelschap is inmiddels de veertig gepasseerd en dat zorgt voor andere conversatie dan tien jaar geleden, toen er vaak hard gediscussieerd werd en het belangrijker leek wie er won dan oprecht naar elkaars argumenten te luisteren.

Vandaag hebben we mijn verjaardag gevierd met roze champagne en zijn daarna onderuitgezakt in hangmatten en ligstoelen onder de kleine trompetbomen die  met hun gigantische bladeren voor koelte zorgen in de zinderende warmte. Na de bubbels kwam er Irish coffee, wijn, whisky en weet-ik-niet-meer.

Inmiddels is het twee uur ‘s nachts. De helft van het gezelschap ligt te slapen. Maartje ligt op haar rug in het droge gras. Ik sta een meter verderop naast Joost. We kijken omhoog. De hemel lijkt drukker bevolkt dan de aarde. Het voelt alsof we worden ingepakt met sterretjes-cadeaupapier. Ik ken Joost niet zo goed, eigenlijk alleen van een paar feestjes bij Maartje. Zijn vraag overvalt me een beetje.

Het gesprek blijft hangen in de donkere nacht. Ik laat mijn gedachten dwalen en vraag me af wat maakt dat ik me nu zo voel en waarom ik vind dat ik gelukkig ben. Met een hernia, twee versleten wervels, al weken niet kunnen werken en een achtste kunnen van wat ik zou willen doen.

Met regelmatig een dikke migraine, minstens zeven dagen per maand waarop ik mezelf kruipend uit bed duw (ja dat kan) en soms hang ik wekenlang in een atmosfeer waar de tijd stil lijkt te staan maar waarop ik toch automatisch alles zo goed mogelijk doe wat ik moet doen.

Ik denk dat er weinig mensen zijn die er iets van merken. Het maakt ook niet uit. Ik functioneer. En, niet onbelangrijk, ik ben gelukkig, of ik ken gelukkige momenten omdat ik kan dromen op momenten dat De Hel weer aanklopt. Dan denk ik gewoon, ‘hoi Hel!, kom maar binnen.’ Nou ja, misschien zonder uitroepteken want leuk is anders.

Het is ook wel eens zo dat ik De Hel negeer. Dan zet ik de bel van de voordeur uit en dan moet hij eerst maar eens zien dat hij op negen hoog in onze flat komt. Soms belt hij me op. Dat negeer ik ook en dat houd ik best lang vol. Een andere truc is dat hij iemand langs stuurt die zijn boodschap overbrengt. Dat heeft meestal een negatief resultaat. Voor De Hel. Hij zal toch echt wat meer moeite moeten doen.

Uiteindelijk wint De Hel. Hij heeft gelijk. Ik moet weten hoe het daar beneden is om de zon weer te kunnen laten schijnen in mijn leven. Het zou misschien makkelijker zijn als ik er aan toegeef maar het lijkt alsof de worsteling het van me overneemt. Zodat ik er in ieder geval keihard alles aan gedaan heb om het te voorkomen.

Inmiddels ben ik bekend met dit proces. De Hel komt in gradaties. Van een vleugje tot de dikke vette shit en alles er tussenin. Het is onderdeel van Het Leven.

En hoezo dan gelukkig?

Dat is mijn vermogen om te zien wat ik heb waar ik blij van word op de momenten die er toe doen.

Reader Comments

Laat een reactie achter aan Willeke Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.