learning takes a lifetime

Gezeik

‘Goh, is die van jou al zindelijk? Ze is toch pas twee? Hoe doe je dat?’

Dit gesprek in de zandbak gaat toevallig over zindelijkheid omdat het zo’n lekker voorbeeld is maar het zou net zo goed kunnen gaan over praten, kruipen, lopen, schrijven, lezen, met je vork eten, etcetera.

Julia was overdag zindelijk toen ze twee jaar was en net drie weken naar de peutergroep van de crèche ging. Ze vond het bere-interessant dat al die kleintjes op het potje gingen. Een paar maanden later lukte het ook ‘s nachts zonder luier.

Anna was zindelijk vlak voor dat ze naar de kleuterschool ging (inderdaad vier jaar oud). ‘s Nachts duurde nog een jaartje langer, ze was zo gewend aan de luier dat we drie weken (zo lang duurt een gedragsverandering gemiddeld als er geen medische oorzaken zijn) bezig waren met drie keer per nacht bed verschonen tot het kwartje viel (of het signaal vanuit de hersenen van Anna op tijd door ging geven dat ze naar de wc moest gaan). 

Lina is net twee en zindelijk overdag. ‘s Nachts een luier voor de zekerheid maar meestal droog. Dit type kind (het derde-kind, die zijn het ergste) krijgt het voor elkaar om midden in de nacht haar luier uit te trekken en uit haar bedje te knikkeren omdat ‘het kriebelt’, waardoor we alsnog een bed kunnen gaan verschonen. ZUCHT.

Al deze details om maar even aan te geven dat er werkelijk geen peil op te trekken valt. En al die in-de-zandbak-gesprekken van ouders (jahaa, ik doe er zelf ook aan mee) zijn eigenlijk heel vermoeiend. De wetenschap dat uiteindelijk nagenoeg alle kinderen zindelijk worden en gaan praten, kruipen, lopen, schrijven, lezen en met hun vork kunnen eten zou ouders toch gerust moeten stellen.

Ik vraag me af waarom ik me erger en waarom ik dan toch dit soort gesprekken blijf voeren. Ik ben bang dat mijn kind afwijkt van andere kinderen. Wat nou als het niet ‘normaal’ is dat mijn kind van vijf in haar bed plast? Tja, wat dan? Het geeft ergens een fijn gevoel om te vergelijken (vooral als mijn kind eerder iets kan dan het andere kind) een soort vreemde opluchting want wat zegt het nou helemaal? Wetenschappelijk onderzoek N=2. Hahaha.

Wat me opvalt sinds ik moeder van drie kinderen ben is dat dit fenomeen (gelukkig) steeds minder voorkomt. Het kwam goed bij de eerste en de tweede, dan zal het ook wel goed komen bij de derde. 

Ik ga dit onderwerp nu dus mooi even loslaten.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.