learning takes a lifetime

Margaret Thatcher

Dinsdagmiddag. Na een twee uur durend overleg heb ik nog een laatste afspraak staan. Brainstorm over webinars. Ik haast me naar het hoofdgebouw en loop enthousiast de trainingsruimte in.

Die is vol. Er zitten ongeveer tien personen, klaar voor hun vergadering. Met een brede glimlach zeg ik dat ik de ruimte om vier uur heb gereserveerd. Ze kijken me aan alsof ik heb gezegd dat de koffie op is en de koekjes ook. Een oudere dame staat op. Zo’n statig type, met glanzend gestyled grijs haar en in keurige-mevrouw-kleding.

‘Dat kan niet‘ zegt ze met ijzige stem, ‘IK heb deze ruimte gereserveerd.’ Het wordt doodstil, als bij een begrafenis, alsof we wachten tot de kist in de grond zakt. Nu kijkt iedereen naar mij.

Ik ben vrij goed in improviseren, praktisch en oplossingsgericht ingesteld. Ik heb geen zin in ruzie, zeker niet waar zoveel mensen bij zijn. Waarom zou ik mijn punt maken? Ik zie vanuit mijn ooghoek dat er nog een andere, kleinere ruimte vrij is en besluit dat wij, met z’n drieën, daar ook wel kunnen gaan zitten. Dan kunnen zij, met z’n tienen, hier blijven. Dit alles bedenk ik in een halve seconde en stel het voor aan het Margaret-Thatcher-Type dat nog altijd niet verblikt of verbloost.

‘Dat lijkt me de beste oplossing’ zegt ze. Alsof er geen twijfel bestaat dat zij hier recht op heeft. Geen bedankje, geen sorry, geen ‘fijn dat we dit zo op kunnen lossen’ of ‘wat aardig dat je ons dit gunt.’ Niks.

Er volgt een gek gevoel, alsof ik een enorme hoeveelheid bedorven taugé heb doorgeslikt waar mijn maag nu keihard actie tegen voert. Terwijl mijn hartslag omhoog knalt loop ik naar de andere ruimte. Ik klap mijn laptop open en zoek de reservering die ik heb gemaakt. Als ik op mijn scherm het bewijs zie staan haal ik diep adem en loop ik langzaam terug naar de grote ruimte waar ze inmiddels zijn begonnen met hun overleg.

Opnieuw een ijzige stilte als ik binnenkom. ‘Mevrouw Thatcher’ (ik weet nog altijd niet hoe ze echt heet) kijkt me vernietigend aan. Zo’n blik die, als je even niet oplet, je doet veranderen in een stenen beeld. ‘Jullie kunnen rustig blijven zitten,’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Niet om vervelend te doen maar de reservering staat echt op mijn naam.’ Ik laat mijn beeldscherm zien. ‘Mevrouw Thatcher’ snuift. ‘Nou dan is mijn reservering er door iemand uitgehaald.’ Ze had net zo goed kunnen zeggen dat we op het eiland Madagascar zaten. Ongeloof in de ogen van alle aanwezigen. Niemand sprak haar tegen.

Ik had mijn punt gemaakt en geen zin om er nog maar een seconde van mijn tijd in te steken dus ik voegde me bij mijn eigen groepje in de kleine vergaderruimte.

Zo’n ‘Margaret Thatcher’, kom regelmatig tegen. En ik heb daar moeite mee. Om op zo’n moment ruimte in te nemen. Mijn ‘gelijk’ halen. Duidelijk maken dat ik ergens ‘recht’ op heb. Ik denk al gauw dat het niet de moeite waard is om ruzie over te maken. Of dat ik wel kan schuiven omdat het voor de ander beter uitkomt en voor mij niet echt nadelig is.

Ik kan toch makkelijk met drie personen in het kippenhok ook al heb ik recht op de balzaal. Wat maakt dat ik mezelf aan de kant zet? Is het afhankelijk van de persoon die ik tegenover me krijg? Wat was er gebeurt als ik in dezelfde situatie bijvoorbeeld Ali B. had aangetroffen?

‘Oh nee wat erg!’ zou Ali zeggen, ‘Ik dacht dat ik gereserveerd had. Shit, wat moet ik nou?’ Ik zou zeggen dat het geen probleem was en dat ik wel in die andere ruimte zou gaan. En Ali zou iets zeggen als; ‘Hé superbedankt he! Dat is echt heel tof van je dat je dat wilt doen.’

Het verplaatsen is geen enkel punt. Mijn irritatie zit in de manier waarop. En dit akkefietje, met ‘Mevrouw Thatcher’, haalt het slechtste in me naar boven. Boos word ik er van en dan ben ik het meest boos op mezelf. Dat ik mij niet serieus genoeg neem om voor mezelf op te komen en rustig een grens te trekken.

Ik schik. Te makkelijk. Omdat ik van tevoren niet heel duidelijk bedenk welke kant ik op wil ga ik alle kanten uit. Vanochtend stelde ik voor om met Julia de laatste twee scholen te gaan bekijken in haar zoektocht naar een geschikt middelbaar onderwijs. ‘Hoezo?’ zei Bart, ‘ik zou dat toch doen? En jij zou met Anna gaan afzwemmen.’

‘Uhm, ja, nou,’ pruttel ik. ‘Ze gaat naar Vox-klassen en ik wil ook heel graag even op die school kijken maar dat kan ik ook best een andere keer doen hoor. Ga jij maar met Juul.’

Reader Comments

  1. Hahaha, dat je dr Thatcher noemt… het eerste wat ik dacht was: altijd het gelijk aan je kant hebben, ook al heb je het overduidelijk niet, daar schopt n mens t ver mee. Je kunt er bijvoorbeeld prima president van Amerika of Rusland mee worden.

    1. Of minister in het Verenigd Koninkrijk 🙂 Maar hoe doen mensen dat toch… zonder blikken of blozen. Ik had ooit een leidinggevende die daar ook heel goed in was. Het is wel een terugkerend item.

  2. Veel van dit soort dames heb ik ook ontmoet ! Gelikt uiterlijk maar onzeker van binnen. En geeeeen leuk thuisfront , dat is ze zeker ! En dat maakt ze geen leuk mens ! Jammer voor de dame , gelukje voor jou ,

    1. Tja, hoe onzeker zij is en wat er thuis speelt bij haar blijft een beetje gissen natuurlijk. Maar ik heb het in ieder geval weer van me afgeschreven. Dat is fijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.