learning takes a lifetime

Nog meer misère

‘Dus je zit nu twee weken thuis?’ vroeg de huisarts. Het woord ‘zit’ voelde een beetje belachelijk, er viel weinig te zitten. Als ik het langer dan tien minuten deed was het alsof er een peloton kabouters in mijn onderrug marcheerden, met hun pikhouwelen op zoek naar diamanten.

‘Ik lig, wandel en fiets een beetje. Sinds een week gebruik ik geen pijnstillers meer ’s nachts.’ (Wat ik op zich al een behoorlijke verbetering vond na maandenlang paracetamol en ibuprofen als Smarties naar binnen te hebben gewerkt.) Ik ben bij de orthopeed geweest, en nu moet ik eerst een MRI-scan laten maken. De huisartsmevrouw knikt en stelt vragen. Ik antwoord.

Ja, ik vergeet dingen. Ik maak lijstjes met wat ik moet doen omdat ik bang ben dat ik het niet meer weet. Ik slaap slecht, voel me opgejaagd, angstig, dat ik te laat kom om mijn kinderen op te halen uit school, voor een informele afspraak op mijn werk met een lieve collega of het moment dat ik bij mijn masseur moet zijn. En ik ben op tijd. Altijd. Het zit in mijn systeem. Ik weet niet eens hoe ik te laat móét komen.

Ik ken mezelf. Als ik probeer om alles onder controle te krijgen, gaat het niet best met me. Geef dat maar eens toe. ‘Ik kan misschien wel halve dagen gaan werken,’ opper ik. De dokter leunt achterover in haar stoel en trekt haar wenkbrauwen omhoog. ‘Jij kunt echt niet morgen weer gaan werken. Je moet eerst eens even goed voor jezelf gaan zorgen.’

Haar laatste zin is een herhalingsrecept van twee weken geleden. De antwoorden die ik gaf duiden klaarblijkelijk op serieuze burn-out-klachten. Met een dringend advies voor gesprekken met een psycholoog en een nadrukkelijk rustig-aan-doen wandel ik mopperend de regen in.

Ik voel dat ze een behoorlijk punt heeft maar ik WIL dit niet, wat een GEDOE! Het lukt me niet om te bedenken, wat op dit moment een goede actie is.

En dus voer ik uit wat de dokter zegt. De volgende dag maak ik een lijstje. De psycholoog, de MRI-schan, vervolgafspraak bij de orthopeed, de bedrijfsarts, het nieuwe oh-zo-nodige! bed. Alles komt in mijn agenda. Het kost me drie uur om het af te kunnen strepen, gevolgd door opluchting. Dit kan ik dus nog.

Donderdagmorgen rij ik voor de scan naar Amstelveen.

Liggend op een soort plank, die in een smalle ronde buis schuift, vraag ik me af hoe dit werkt voor mensen met obesitas. Gelukkig heb ik het voordeel van maat veertig en ben ik niet claustrofobisch. De assistente geeft me een koptelefoon, ik hoor de zender, radio-538. Behoorlijk overbodig, want als het apparaat aan gaat verdwijnt de muziek naar de achtergrond. Wat een kolere-herrie! Alsof je in een metaalfabriek ligt tussen een op hol geslagen machine met het geluid van vliegende schroefjes, ijzeren platen en heipalen door elkaar. Ik adem rustig door, doe mijn ogen dicht, twintig minuten vliegen voorbij.

Eenmaal thuis ben ik bekaf. Ik ga liggen voor een dutje en word een half uur later wakker met knetterende migraine. Ik kots het kleine ontbijt wat ik die ochtend nam keihard in de w.c. De rest van de dag én de dag erna maak ik nauwelijks mee. Ramen, gordijnen en deuren dicht, handdoek om mijn hoofd en wachten tot het over is.

Vrijdagavond zakt het gebonk en kan ik voorzichtig een beschuitje eten wat niet via de dezelfde weg naar boven komt. Door alle vooroverbuigingen richting de toiletpot en het lange liggen zit mijn rug nu helemaal vast. Als ‘Dummie de Mummie ‘schuifel ik door het huis.

Morgen zie ik de orthopeed, die gaat me vertellen of er iets gevonden is met de scan. Ondertussen verdwijnt mijn levenslust in de chaos van mijn donkere gedachten. Als je maar lang genoeg in de stront zit zie je alleen nog maar shit.

Maar hé, ik ben nog lang niet klaar. Ik wil in een camper door Canada rijden met mijn liefsten. Ik wil terug naar dat eiland in Griekenland met mijn vrienden, Ik wil naar Zuid-Afrika, omdat ik daar ooit was en het zo mooi was. Ik wil met Bart naar een concert van Billy Joel in Madison Square garden. Terug naar nu wil ik deze week een keer soep maken en een potje kaarten met mijn kinderen.

Die gedachten helpen. Samen met de droge opmerking van een goede vriend:

‘Mies, je bent gewoon te lang en daar moet je een keer een prijs voor betalen.’

20180618_095919

Reader Comments

Laat een reactie achter aan Willeke de Mos Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.