learning takes a lifetime

Sneeuw & Anna

We hadden al zo’n ferrari-rode, platte, plastic versie maar met drie kinderen en een enthousiaste moeder heb je er minstens twee nodig, vond ik. Bij een online-warenhuis zag ik een houten variant die de volgende dag bezorgd werd. Precies op tijd. De slee.

 

Ha!

 

Als de witte vlokjes tegen het raam vliegen begint er iets te kriebelen. Ik MOET naar buiten, heb acuut genoeg energie om de Mont Blanc te beklimmen. Stuiterend kijk ik naar de straat, om de twee minuten, of het al kan. Nog heel even wachten tot het laagje dik genoeg is dat het een slee kan dragen.

 

Julia is al vertrokken. Samen met haar vriendin, Pleun, rolt ze een sneeuwpop in de speeltuin. Anna en Lina kijken naar de film ‘Niko’, het rendier dat op zoek gaat naar zijn vader die bij de vliegende brigade van de Kerstman werkt. Als Niko verenigd is met zijn familie zoek ik passende kleding voor de bijzondere weersomstandigheden.

 

Lina, betoverd door de witte wereld, laat zich gewillig inpakken. Brandweerrood-skipak, wollen sokken, regenlaarzen (bij gebrek aan snowboots), bonte regenboogmuts en warme wanten. Op de galerij maakt ze een sneeuwbal en neemt er enthousiast een grote hap van. Brrr. Toch even uitgelegd dat je die zachte ijskristallen beter niet van de stoep kunt eten.

 

Anna is wat minder te porren voor het zeldzame winterse landschap en heeft bovendien moeite met de dresscode.

 

‘Zo’n lelijke broek ga ik ECHT NIET aantrekken. Ik wil GEEN handschoenen. Ik ga NIET mee naar buiten, ik doe GEEN muts op en zeker niet DIE STOMME!’

 

Ons middelste mopje zit het liefst binnen. Uren kan ze kleuren, knutselen of spelen met haar Lego. Ze zou graag een eigen kamer hebben, waar ze in alle rust muziek kan luisteren en geen last heeft van een tetterend peuterzusje.

 

Maar goed, naar buiten. Alleen thuisblijven was geen optie. ‘Ik ga wel eventjes mee mam,’ zegt ze.

 

Aan het einde van de straat lopen we tegen een stel buren op die net een wandeling in het park hebben gemaakt. Met gepaste verwondering kijken ze naar Anna. ‘Heb je het niet koud schatje? Wil je geen handschoenen aan? Je hebt ook niks op je hoofd!’

 

Ze geeft geen antwoord. Haar gezicht spreekt boekdelen. ‘LAAT ME MET RUST!’ Ik probeer haar te interesseren voor een sneeuwballengevecht. Tevergeefs.. daar is geen reet aan als je half bevroren bent. Dan maar even laten gaan.

 

De rest van de familie stort zich enthousiast op de witte bende. We mikken op verkeersborden en auto’s die langzaam voorbijrijden. Als de buurvrouw voor het raam verschijnt gaan de ballen direct in haar richting. Gelukkig kan ze er wel om lachen, zelfs als er eentje via het half open raam naar binnen zeilt.

 

Ze ziet Anna bibberen en vraagt of ze misschien even binnen wil opwarmen. Nog steeds geen sjoege. Als een standbeeld met parkinson blijft ze staan. Het hele buiten-in-de-sneeuw verhaal duurt niet langer dan dertig minuten. Voor Anna moet het gevoeld hebben als een halve dag. Als we thuis zijn duikt ze de douche in. Even opwarmen.

 

Maandagmiddag barst een nieuwe sneeuwstorm los. Op het balkon ligt in korte tijd meer dan tien centimeter koude poeder. Lina en Anna duiken op hun blote voeten naar buiten om keihard in de dwarrelende vlokken te dansen. Na twee minuten, als Lina weer naar binnen is gevlucht, gooit An haar kleren uit en gaat in haar ondergoed midden in de sneeuw liggen. ‘IK BEN EEN SNEEUWENGEL!’ roept ze. Een engel, dat is ze zeker.

 

’s Avonds stop ik haar in bed, ze zit rechtop, dat doet ze al heel lang, tegen haar kussen aan. Als iemand uit de Romeinse tijd, toen ze nog dachten dat je bloed naar je hoofd stroomde als je liggend zou gaan slapen. Wanneer ik, voordat ik zelf ga slapen, nog even naar haar kijk, ligt ze languit, gestrekte armen, volledig ontspannen in haar droomwereld.

 

Na een rommelige nacht word ik ’s ochtends zwetend wakker en vertel Bart over de nachtmerrie die ik had. Ondertussen is Anna bij ons in bed geklommen. Ze heeft iets van mijn verhaal opgevangen. Met een stralende glimlach zegt ze: ‘Ik heb juist een superfijne droom gehad! Ik zat op een eenhoorn, de hele nacht, en ik reed over een regenboog van suikerspin.’

 

Mijn lieve Anna. Ik hoop dat ik vannacht ook zo’n mooie droom heb.

Anna

 

 

 

Reader Comments

  1. Ik zag het allemaal voor me! Gisteren zei ik tegen Anna “ik heb een hekel aan sneeuw”, waarop ze uit de grond van haar hart antwoordde: “ik ook!”. Ze is en blijft bijzondet en origineel! Leuk geschreven weer hoor! ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.