learning takes a lifetime

Tegen beter weten in

Op 3 januari 2020 vind ik een kerstkaart in mijn brievenbus. Ik herken het prachtige handschrift en mijn adem stokt. Deze kaart is van iemand die ik jaren niet heb gesproken. Ik scheur de envelop eraf en lees de volgeschreven kaart terwijl de tranen over mijn wangen stromen.

2009

Aan het begin van de zomer staan we op een kleine camping in Frankrijk. Julia is net drie geworden en het leek ons leuk om ergens vakantie te vieren waar ze kan spelen met andere kinderen.

Wat ik altijd een uitdaging vind op zo’n plek is ‘andere mensen’. Ik ben niet op zoek naar contact, ik mijd het. Ik heb genoeg vrienden en ik zit niet te wachten op een gesprek over het weer of wat de beste lokale markt is om naartoe te gaan.

Natuurlijk ontkom ik er niet aan. Een van mijn eigenschappen is dat ik graag aardig gevonden wil worden. Ik verberg mijn irritatie in dit soort situaties en voer braaf de ditjes-en-datjes gesprekken terwijl het me geen moer interesseert.

Nieuwe vrienden

De eerste ochtend van de vakantie geniet ik van de knapperige franse croissants en het fantastische weidse uitzicht. Tegen de middag zit ik bij onze tent en hoor ik de buren. Een stel, onze leeftijd, twee jongens, één iets ouder dan Julia en een baby van ik schat nog geen jaar oud. Als ik langsloop om naar het toiletgebouw te gaan vraagt de vrouw of ik zin heb in een wijntje. Ik kijk op mijn horloge en zie dat het nog geen twaalf uur is. Ik moet keihard lachen. Welja, waarom niet.

Twee uur later en heel wat wijn verder voelt het alsof we elkaar al jaren kennen. De vrouw ziet er prachtig uit. Kort zwart keurig geföhnd haar, zwierige zomerjurk met bloemen en een stralende glimlach. Ze had niet misstaan op het filmfestival in Cannes.

Haar charmante man ziet er minstens zo onberispelijk uit. Een gestreken overhemd, keurige korte broek en hij doet me denken aan George Michael. Julia kan het meteen goed vinden met hun oudste zoon, ze duiken samen de zandbak in terwijl Bart aanschuift bij de vakantieburen.

Er ontstaat een totaal ongedwongen dagelijks ritueel. We lunchen met wijn, praten over het leven en ‘s avonds schuiven we gezellig met z’n allen aan bij de table d’hotes.

De vrouw en ik, we lijken qua uiterlijk totaal niet op elkaar. Er zijn wel andere overeenkomsten waar zij vaak net iets extremer in is dan ik. Zo houden we allebei van mooie kleding maar zij strijkt het.

De vakantievriendschap houdt stand in Nederland. We spreken af, zien elkaar op verjaardagen en verbazen ons over hoe we elkaar hebben gevonden.

Uit elkaar

In de jaren die volgen zie ik de relatie tussen de man en de vrouw afbrokkelen. Het verbaast me niet. Het is als een huwelijk, al zijn ze niet getrouwd, tussen Mark Rutte en Femke Halsema. De man houdt van zijn flitsende auto, ruime eengezinswoning in de vinex-wijk en grote glimmende horloges. De vrouw scheidt afval, zet zich fanatiek in voor het welzijn van dieren en voor een duurzame betere wereld.

Als zij ontdekt dat haar man een andere vrouw heeft ontmoet scheiden hun wegen. Het is een verdrietige periode waarin ik haar en haar zoontjes probeer te steunen. Ze verhuizen met z’n drieën naar een huis in buurt en de vrouw, zij is zo sterk, krabbelt langzaam op.

De nieuwe man

Na een tijdje ontmoet ze een nieuwe man. Hij is anders dan de vader van haar kinderen. Iemand die met zijn handen werkt, hij maakt prachtige dingen van hout. Er is iets aan hem dat me doet denken aan een periode uit mijn pubertijd waarin ik in een kroeg werkte en veel optrok met dit soort types. Ruwe bolster, blanke pit.

Ondertussen wordt mijn tweede dochter, Anna, geboren en drie jaar later Lina. De vrouw is er voor mij. Ze komt ongevraagd (want ik ben slecht in hulp vragen) langs. Ze doet de was, neemt eten mee en verschoont de bedden. Ze luistert, knuffelt de kinderen en geeft me waar nodig een schop onder mijn kont.

Ik merk dat het rommelt tussen de vrouw en de nieuwe man. Ze zegt er niet veel over. Als ik kom helpen bij de voorbereidingen van een feestje krijg ik een andere kant van de nieuwe man te zien. We hebben een discussie over de verdeling van de borrelnootjes. Wanneer ik het anders doe dan hij had voorgesteld voel ik dat hij naast me verkrampt. Ik kijk naar hem en zie zijn ingehouden woede.

Een paar weken later belt de vrouw me op. Er is iets gebeurd. Een ongelukje. Een uit de hand gelopen ruzie waarbij de nieuwe man de deur dichtdeed terwijl de hand van de vrouw er nog tussen zat. Er zijn vingers gebroken, waarschijnlijk onherstelbaar beschadigd.

Terwijl ze het vertelt voel ik het bloed uit mijn gezicht wegtrekken en mijn hart bonst. Wat zij niet weet, wat bijna niemand weet, is dat ik dit herken.

Toen ik zeventien was, onwetend, onervaren, was ik er van overtuigd dat ik de tien jaar oudere man, alcoholist, kon redden met liefde. Deze man manipuleerde me, ik mocht mijn ouders en vrienden niet meer zien, hij isoleerde me en toen dat gelukt was werd hij fysiek. Op een avond duwde hij me hardhandig in een hoek en greep me bij de keel. Dat was de druppel voor mij. Instinctief trok ik de grens en ik ging er vandoor. In het bruine café waar ik destijds werkte zag ik zoveel knokpartijen tussen echtelieden dat ik me geen illusies maakte dat dit soort dingen incidenteel zijn. Op dat moment sprak ik met mezelf af dat me dit nooit meer zou gebeuren en als ik dit soort types in mijn omgeving zou herkennen dat ik daar afstand van zou nemen. En dat vertel ik haar. Tegen beter weten in.

Hij zou het nooit meer doen, hij had spijt, hij had het niet express gedaan. Ze zochten professionele hulp, zij was een trigger voor hem, hij had nooit geleerd zijn agressie te beheersen en conflicten op een andere manier op te lossen.

Ik gaf hen geen kans maar de vriendschap tussen de vrouw en mij, die inmiddels bijna zeven jaar duurde, wilde ik liever niet verbreken dus ik schortte mijn principe op.

Tot ze me een paar maanden later opnieuw belde. Ditmaal had hij haar alle hoeken van de kamer laten zien. De kinderen waren wakker geworden en hadden er iets van opgevangen. De buren hadden de politie gebeld. Ik sprong in de auto, hoopte dat het haar ogen had geopend en dat ze de knoop zou doorhakken. Tegen beter weten in.

Ik troostte haar. Ze huilde. Ik liet haar een Ted-talk zien, een video waarin een vrouw vertelt dat ze is mishandeld door haar man, het niet wilde herkennen als iets wat slecht was en het goedpraatte door begrip te tonen voor de situatie van deze man.

Het was naïef van mij. De vrouw herkende zichzelf niet in de vrouw in de film. Haar situatie was anders. Ze moest het een kans geven. Ze ging nog meer hulp zoeken. Ze moest wel, bureau jeugdzorg zou betrokken worden en dan zouden ze een plan maken en het zou allemaal beter worden.

Afscheid

Nu moest ik mezelf serieus gaan nemen. Met pijn in mijn hart vertelde ik haar dat ik haar keuze niet begreep, dat ik er zo verdrietig van werd om haar en de kinderen zo te zien, dat het voelde alsof ik ze in de steek liet maar ik kon er niet meer voor haar zijn. Ik kreeg nachtmerries over mijn eigen verleden en dat was mijn grens.

Ze respecteerde het. We namen afscheid en volgden ons pad, allebei een andere kant op.

We appten af en toe, op verjaardagen, met Kerst en de jaarwisseling. Ik miste haar en zij miste mij maar ik kon het niet opbrengen om er meer van te maken dan wat het was.

En dan is daar nu die kerstkaart. Ze schrijft zo liefdevol. Ze vindt het jammer dat we geen getuigen meer zijn van elkaars leven. Ze denkt vaak aan ons, ze mist onze vriendschap en hoopt dat er een moment komt waarin we de draad weer kunnen oppakken. Ze schrijft ook dat ze mijn moedige en verdrietige stap om uit te stappen begrijpt en dat ze het mij nooit heeft verweten. “Alleen een échte vriendin doet dit.”

Ik weet het niet. Het gevoel wat ik had was dat ik haar ongelooflijk in de steek liet. Ze was er al die jaren zo voor mij geweest en nu kon ik er niet voor haar zijn. Aan de andere kant had ze ook niet veel aan mij gehad als ik er wel was gebleven. De situatie, het gedrag van de nieuwe man, maakte me woedend. Dat was ongetwijfeld geëscaleerd. Daarbij wilde ik zo’n groot geheim niet dragen. Wat moest ik tegen andere vrienden zeggen als de vrouw met een blauw oog of een ledemaat in het gips bij ons op een verjaardag zou verschijnen?

De tekst van de kerstkaart houdt me bezig. De datum waarop het is geschreven is 23 december 2019. Ik heb hem pas twee weken later ontvangen. De vrouw zal zich vast afvragen waarom ik niet reageer. Als afzender zie ik haar naam, die van de kinderen en de huisdieren. Ik glimlach, natuurlijk, de huisdieren. De naam van de nieuwe man ontbreekt. Is dat omdat ze niet meer samen zijn of omdat hij niet op de kaart wil. Ik ben benieuwd naar hoe het met haar gaat. Zal ik haar bellen, of een bericht sturen. Met welke verwachting? Kunnen we de draad weer oppakken? Ik weet niet of ik dat nog wel wil. De laatste regel van de kaart blijft nog lang hangen.

“Zonder jou is het niet meer geworden wat het was.”

Reader Comments

  1. Lieve, lieve Mies,
    Wat een ongelofelijk aangrijpend verhaal. Ik ben er zeer door geraakt. Ik denk je tweestrijd te begrijpen. Lastig! Je zult ongetwijfeld een beslissing nemen wat te doen. Ik wens je wijsheid en ben geneigd te zeggen: luister naar je hart!
    Kus

    1. Mooi Mies en bijzonder hoe je schrijft waarom je een bepaalde keuze toen hebt gemaakt. En hoe je nu weer opnieuw een keuze kan maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.