learning takes a lifetime

Waar was Julia en wie de f*ck is Jesse?!

Dinsdagochtend, 7.45 uur

Julia duwt een boterham met pindakaas naar binnen, zet haar bord in de vaatwasser en veegt haar tandenborstel een paar keer heen en weer in haar mond. Ze zwiept haar schooltas over haar schouder en roept: ‘doei! tot vanmiddag, ik heb tennisles hè, hou van jullie!’ Er is niets waaruit blijkt dat er vandaag iets gaat gebeuren wat voor elke ouder de grootste nachtmerrie is.

17.00 uur

Ik fiets naar de naschoolse opvang om Lina op te halen. Als ik thuis ben draai ik een pastaatje in elkaar en om half zeven zet ik de pan op tafel. Anna speelt en eet bij haar vriend, Guyon, Lina schept haar bord vol, Bart zit nog op zijn werk. Maar waar is Julia?

Ik bel haar. Tuuduuduu. Haar telefoon staat weer eens uit. Ze is vast nog op de tennisclub, ze had om half vijf les en ze blijft daar wel vaker hangen met haar vriendinnen. Ik kijk vanuit ons appartement naar beneden, de tennisvereniging ligt naast de flat, ik zie haar niet, waarschijnlijk zijn ze in het clubhuis aan het darten of zo.

19.00 uur

Anna komt thuis, ik stuur haar naar buiten om te kijken of Julia nog ergens rondhangt. Ondertussen duw ik Lina de douche in, help haar met tandenpoetsen, lees een kort verhaaltje voor en breng haar naar bed. Anna is weer terug, zonder Julia. Er was niemand meer van haar lesgroep. Een raar, onrustig gevoel in mijn onderbuik. Ik druk het weg.

19.30 uur

Bart komt binnen, hij heeft ook niets van Julia gehoord. Ze was om 15.17 uur voor het laatst online op whatsapp. Ik bel Julia’s beste vriendin, L. Ze neemt niet op. Ik app haar.

‘Is Julia bij jou?’

L: ‘Ja ze is bij mij.’

Opgelucht maar ook geïrriteerd, omdat Julia niets heeft laten weten, bel ik L. Vijf keer achter elkaar. Ze neemt niet op. Vreemd. Ik stuur haar nog een bericht.

‘Ik probeer je te bellen, wil Juul spreken. Waar zijn jullie? Neem even op, ik maak me zorgen.’

L: ‘Ze is toch niet bij mij, ik wou haar ook bellen omdat ik het raar vond dat ze jou niet had laten weten waar ze was maar ze neemt niet op dus ik wil dit nu wel zeggen tegen je. Ze was ook niet bij de tennisles.’

Ik haal diep adem en blaas langzaam uit.

We bellen vriendinnen, ouders van vriendinnen, vriendinnen van vriendinnen. Niets. Niemand weet waar ze is. Dan krijg ik de moeder van een klasgenoot aan de lijn. Julia heeft tegen de klasgenoot gezegd dat ze de stad in zou gaan, naar het centrum, ze zou met iemand hebben afgesproken. De klasgenoot weet niet met wie.

19.45 uur

Naar het centrum? Ze was om half drie uit. Het is nu bijna acht uur ’s avonds. Niemand weet waar ze is. Ze laat áltijd weten waar ze is. Dit duurt te lang. Ik bel de politie en wordt direct doorverbonden met de meldkamer waar ik vakkundig word ondervraagd. Welke huidskleur heeft ze? Hoe lang is ze en hoe zwaar weegt ze? Wat is haar haarkleur en hoe lang is het haar? Welke kleding droeg ze toen ze wegging vanochtend? Is ze al eerder weggebleven zonder iets te laten weten? Waar is de vader van Julia? ‘Uh, die staat naast me’, zeg ik. Zijn de ouders van Julia nog bij elkaar? ‘Ja, nóg wel,’ hoor ik mezelf zeggen.

Binnen een kwartier staan er drie politieagenten voor de deur. Ze komen helpen en hebben nog meer vragen. Wat is haar bankrekeningnummer? Is er geld afgeschreven? Heeft ze een ov-kaart? Is daar mee gereisd vandaag?

Inmiddels ben ik duizelig van alle vragen en verward omdat ik op de helft geen antwoord weet. Wat had ze aan? Spijkerbroek? Welke tas had ze bij zich? Wat is de code van haar laptop en ipad en waarom hebben we geen locatie-volgen ingeschakeld op haar telefoon?

20.15 uur

De moeder van de klasgenoot belt nogmaals. De klasgenoot herinnert zich dat Julia waarschijnlijk met een jongen heeft afgesproken, Jesse.

Jesse? Die naam zegt me wel iets. Hij zat op school, in Leiden?, bij de dochter van een vriendin van ons die daar in de buurt woont. Julia vond het een knappe jongen, volgens mij hebben ze online contact maar elkaar nog nooit echt ontmoet. Meer weet ik eigenlijk niet. Ik bel de vriendin, haar telefoon staat uit, ik spreek de voicemail in en vraag of ze me snel terug wil bellen. De drie agenten googelen ondertussen driftig op hun mobieltjes en stellen vragen: ‘Zit Jesse op Instagram of Facebook? Wat is zijn achternaam? Waar woont hij? Hoe heet de school waar hij op zit?’ Ik weet alleen dat hij op Insta zit, daar zien we dat hij maar één foto zichtbaar heeft. Knappe jongen. Er staat geen achternaam bij. We bellen nog een rondje vriendinnen van Juul. Stuk voor stuk kennen ze de naam Jesse, ze weten dat Julia contact met hem heeft, al een jaar, maar niemand heeft Jesse ooit gezien.

Bestaat hij wel?

Veel tijd om hierover na te denken heb ik gelukkig niet. Mijn vriendin belt terug, ze zat in de bioscoop vandaar dat haar mobiel uit stond. Ik schreeuw in de telefoon: ‘DIE JESSE, BESTAAT DIE ECHT?! IS HET EEN ECHTE PERSOON?!’

‘JA! JA!’ Roept mijn vriendin, ‘hij bestaat echt!’ Hij zat bij haar dochter op school. De dochter wordt erbij geroepen, zij heeft meer informatie over de knappe jongen. Zijn achternaam, waar hij woont, waar hij op school zat en ze kan vertellen dat Julia om half vier online was op Snapchat, locatie: De Amsterdam Arena.

De Arena?! De halve politiemacht van Amsterdam zoekt haar in het centrum en nu blijkt dat ze bij de Arena is geweest? In mijn hoofd ontstaan beelden van een oud bestelbusje onder een brug bij de Arena waar Julia in wordt gegooid, ze rijden naar Rusland waar ze de rest van haar leven wordt geëxploiteerd en we zien haar nooit meer terug. De hel.

20.45 uur

Ik kijk apathisch uit het raam en zie dat een van de agenten op het balkon staat te bellen. Ik loop er naartoe om het gesprek op te vangen. ‘Meneer, we zijn op zoek naar uw zoon, Jesse. Weet u waar hij is?’ De vader van Jesse is ook bezorgd, hij heeft geen idee waar zijn zoon is. Jesse had allang thuis moeten zijn en sinds half zes staat zijn telefoon uit. De vader weet niets over Julia, hij vraagt zich af waarom de agent hem belt en waarom wij denken dat Julia iets met zijn zoon te maken zou hebben. Hij kan ons niet verder helpen.

De agenten overleggen. Omdat we niet weten waar en met wie Julia is en omdat ze al meer dan zes uur spoorloos is, willen ze een noodoproep gaan uitzenden. En dan gaat de deurbel.

21.00 uur

Julia is thuis. Ze kijkt met grote ogen naar de agenten in de woonkamer en dan naar mij. Ik pak haar vast, tranen stromen over mijn gezicht van opluchting. Ik zeg tegen haar dat ik zo blij ben dat ze er is en vraag of alles goed is met haar. Ze knikt, gaat zitten en vertelt. Ze was met Jesse. Ze hadden al een jaar contact via Snapchat en probeerden af te spreken maar dat lukte steeds niet en nu dacht ze dat het weer niet door zou gaan. Daarom had ze niks gezegd. Ze spraken af bij de Arena, Jesse moest iets halen bij Decathlon. Daarna zijn ze de stad ingegaan, hebben gewandeld en gekletst, bij de dam. Ze zijn de tijd vergeten, ineens was het half acht en toen durfde ze niets meer te laten horen, haar telefoon was leeg en die van Jesse ook, ze weet dat dit geen excuus is. Ze had niet verwacht dat we de politie zouden bellen. Ze dacht dat we boos zouden zijn omdat ze niet naar tennisles was gegaan.

Een van de agenten zaagt haar flink door over wat er is gebeurd, of ze echt uit vrije wil is meegegaan en of ze beseft wat dit met haar ouders doet als ze van de rader verdwijnt zonder zich te melden. Haar hoofd gaat op en neer alsof het los op haar nek zit.

Als de agenten zijn vertrokken praten we met met z’n drieën door. De opluchting dat ze veilig thuis is overheerst en ik zeg dat we de volgende dag verder gaan praten. Het ijzer smeden als het koud is. In de week die volgt hebben we mooie gesprekken. Julia vindt, als ik ernaar vraag, dat er wel consequenties moeten zijn voor haar gedrag. Ze weet niet goed wat dan precies. ‘Bedenk jij het maar mam, ik doe alles wat je zegt.’ Ik stel voor om een korte film te kijken die ik als tip kreeg van een collega van jeugdzorg. De film laat zien wat er kan gebeuren als je online contact hebt met iemand die je nog nooit hebt ontmoet. Als ik de film afspeel zegt ze na tien seconden, ‘hé die ken ik al, die heeft juf Patje in groep acht al laten zien!’ Ze schetst in een paar zinnen waar de film over gaat en we hebben weer een mooi gesprek. Ze realiseert zich dat het belangrijk is dat ze laat weten waar ze is en dat wij ons anders heel veel zorgen maken. Ik weet dat dit nooit haar intentie is geweest en dat het heus niet de laatste keer zal zijn dat er een les geleerd wordt. Ik stel voor om er nog een consequentie aan te verbinden. Ze gaat akkoord. Ik mag dit verhaal opschrijven, zij mag het als eerste lezen en als ze zich erin kan vinden mag ik het delen.

Reader Comments

  1. Pfff, wat een verhaal Mies. Het moment dat je realiseert dat je echt niet weet waar ze is…. de paniek die je ervaart. Het meest kostbare in je leven is ineens heel kwetsbaar. Wat mooi hoe jullie het samen kunnen bespreken en weer herstellen naar elkaar.

  2. Jeetje Mies, wat een verhaal! Doodeng gewoon, dat je gewoon niet weet waar ze kan zijn!.. Dit hoop je maar 1 keer mee te maken..maar gelukkig een goede afloop. 😘

  3. Wat zullen jullie bezorgd zijn geweest. Ik las jouw verhaal met pijn in mijn buik.
    Fijn dat het heeft geleid tot mooie gesprekken met lieve Julia.

    1. Ja, we waren heel bezorgd. Julia maakte zich al zorgen dat jij dit zou lezen en er van zou schrikken. We hadden zo’n mooi gesprek over jou, dat jij de hele klas die film al had laten zien in groep 8, dat heeft heel veel indruk gemaakt en dat helpt nu dus ook met inzicht krijgen en bewust zijn van wat haar acties kunnen betekenen. En ja, elke puber maakt natuurlijk dingen mee die ze niet helemaal handig inschatten dus dat hoort erbij. Maar echt, we zijn zo blij dat het goed is afgelopen!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.